Doelstelling De Vuurvogel:

Optimale ontwikkeling voor de kinderen van De Vuurvogel.
De kinderen van De Vuurvogel zijn hoogbegaafde kinderen (TIQ +130) tussen de 5 en 12 jaar die onvoldoende tot ontwikkeling kunnen komen in het reguliere basisonderwijs. Kinderen die de sociale, emotionele, intellectuele en fysieke intensiteit hebben die kenmerkend is voor hoogbegaafdheid en daarnaast de extra uitdaging hebben om met hun leerproblemen om te gaan.
Alle kinderen op de Vuurvogel hebben een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal basisonderwijs.

“These children truly are exceptional. Not only are they gifted, but they are also coping with learning challenges or disabilities. It is our responsibility to give these students the extra assistance they need to become successful.”
– Tom Luna

Uitgangspunten De Vuurvogel:

De kinderen van De Vuurvogel hebben behoefte aan een ‘andere’ manier van leren; ze leren door vanuit een groter geheel naar de lesstof te kijken en deze vervolgens in kleine stappen eigen te maken (topdown). Het is belangrijk dat zij kunnen werken aan vaardigheden die zij hun hele leven kunnen gebruiken – een leven lang leren – dit betekent dat er veel aandacht moet zijn voor het ontwikkelen van hun executieve vaardigheden. Er kan pas goed aan deze vaardigheden worden gewerkt als kinderen werk aangeboden krijgen dat hun denkniveau prikkelt. Naast werken op het juiste niveau moet er speciale aandacht zijn voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van deze kinderen; wie ben ik en waarom doe ik de dingen die ik doe? Er moet aandacht zijn voor de behoefte aan autonomie, het samenwerken met andere kinderen en de manier waarop we met elkaar communiceren.

De basiskeuzes:
1. Veiligheid voor alle mensen die samen leren en werken op De Vuurvogel. Een gevoel van veiligheid, jezelf kunnen zijn en gezien/gehoord worden is cruciaal, zonder dat is er geen ontwikkeling. Open, eerlijk en respectvol communiceren is hierbij ons eerste uitgangspunt.
2. Vaardigheden zijn de sleutel.
De kinderen zijn bewust bezig met de ontwikkeling van hun (executieve) vaardigheden en voelen zich hier eigenaar van (eigenaarschap!)
3. Lesinhoud is een middel. Lesstof op hoog niveau is geen doel op zich, maar is een middel om te kunnen werken aan intrapersoonlijke, sociaal-emotionele en executieve vaardigheden
4. Sociale vaardigheden leer je ‘on the job’
Bezig zijn met sociale vaardigheden staat vast ingeroosterd voor de leerlingen daarnaast is het leren van sociale vaardigheden een geïntegreerd geheel dat is terug te vinden in het dagelijks handelen. Alles wat er om ons heen gebeurt gebruiken we om te leren.

 

De Vuurvogelaanpak:

De basiskeuzes zijn zichtbaar in:

  1. Veiligheid

. We bieden een omgeving met gelijkgestemden (‘peers’).
· We nemen kinderen serieus.

  • Tijd voor individuele gesprekken (Wat wil jij leren én wat heb jij daarvoor nodig?).
  • Transparantie over gedifferentieerde afspraken en individuele behoeftes van kinderen.
  • De leerkracht is alert2 en in staat adequaat in te grijpen bij excessief gedrag.
  • Voorspelbare, zelfverzekerde en open houding van de leerkracht (niet manipuleerbaar)
  • Mogelijkheid om terug te trekken (rust ¹ straf)

. Kinderen nemen elkaar serieus, respecteren elkaars situatie en gedrag.
. Ook ouders en leerkrachten nemen elkaar serieus
· We zijn een school met groepen, géén school met klassen.

  • De leerkrachten voelen zich verantwoordelijk voor alle kinderen.
  • De kinderen voelen zich een onderdeel van de hele school!
  1. Vaardigheden zijn de sleutel
    We stellen eisen stellen aan inzet, uitvoering en eindproduct.
    · We zien executieve vaardigheden als expliciet leerdoel o.a. respons-inhibitie, flexibiliteit, volgehouden aandacht, metacognitie
    · We werken bewust aan de vaardigheden, kinderen zijn eigenaar.
  • Kinderen benoemen eigen verwachtingen over uitvoering en eindproduct
  • We leren-leren (o.a. planning, organisatie en timemanagement)
  • Kinderen leren nadenken en kijken kritisch naar eigen handelen
  • De kinderen hebben inzicht in het proces zodat ze leren welke stappen er gemaakt moeten worden en waarom.
  • De kinderen leren omgaan met het maken van fouten.
  • We bereiden de kinderen bewust voor op de volgende stap (VO)
  1. Lesinhoud is een middel (geen doel op zich)
  • Compacten van de lesstof creëert ruimte voor het werken aan:
  • verrijking en verdieping
  • Rijke leeromgeving vormt onze proeftuin om te werken aan.
  • Persoonlijke leerdoelen
  • Vaardigheden

. De kerndoelen zijn de basis, dit wordt altijd uitgebreid waar mogelijk.
· Lesinhoud wordt zo samengesteld dat matchen (aansluiten op kennis, niveau en vaardigheden) en stretchen (de uitdaging buiten de comfortzone van kinderen zoeken) beiden mogelijk is.

  1. Sociale vaardigheden leer je ‘on the job’
    · We maken ruimte in het programma voor sociale interventies.
    · We beschouwen alles wat er gebeurt als ‘materiaal’ om van te leren.
    · We zijn sensitief, begripvol en alert op signalen van de kinderen om van deze dagelijkse momenten een leermoment te maken.
    · We gebruiken ‘de boom van Covey’ als basis voor het werken aan sociale vaardigheden.
    · We hebben sociale vaardigheden daarnaast ook als los vak op het lesrooster.